Ontslag bij disfunctioneren;
Het dossier bepaalt de kosten
Nog altijd bestaat bij werkgevers de veronderstelling dat enkel disfunctioneren voldoende zou zijn voor ontslag en zelfs dat dit reden zou (kunnen) zijn om aan de werknemer geen vergoeding toe te kennen. Deze veronderstelling is in zijn algemeenheid niet juist.
Als een werknemer niet of onvoldoende functioneert, verlangt de rechtspraak dat de werknemer eerst op zijn tekortschieten wordt gewezen. Dat kan niet alleen in algemene termen; de werknemer moet begrijpen wat er aan zijn functioneren schort, zodat hij in staat is zijn functioneren te verbeteren.
Vervolgens wordt van de werkgever verlangd, dat deze de werknemer reëel de tijd geeft om zich te verbeteren en dat hij de werknemer daarbij zo nodig helpt. De ontwikkeling van de werknemer moet daarbij in de gaten worden gehouden. De rechtspraak spreekt in dit kader wel van een verbetertraject met ijkmomenten.
Aan het einde van het verbetertraject (de gestelde termijn) moet worden getoetst of het functioneren van de werknemer (voldoende) is verbeterd. Is dat het geval, dan bestaat voor een beëindiging van het dienstverband geen grond meer. Aangenomen wordt, dat de werkgever daar dan ook geen belang meer bij heeft. Blijkt aan het einde van het traject dat de werknemer zich niet of onvoldoende heeft verbeterd, dan kan dat reden zijn voor beëindiging.
Voor de kansen in een ontbindingsprocedure bepaalt de wijze waarop de werkgever met het disfunctioneren van de werknemer is omgegaan volledig óf de rechter ontbindt en, zo ja, of en zo ja welke vergoeding hij daaraan verbindt. Uiteraard is van belang, dat de werkgever niet alleen de juiste stappen heeft genomen, maar dat dit ook blijkt uit het personeelsdossier.
Wordt te snel en te gemakkelijk een beëindigingstraject in gang gezet, dan kan dat snel reden zijn om een gevraagde ontbinding te weigeren, danwel – als de arbeidsrelatie door de stappen van de werkgever verstoord is – om aan de werknemer een hoge vergoeding toe te kennen.
Gaat de werkgever wel zorgvuldig te werk, maar weigert de werknemer zijn functioneren te verbeteren, dan is niet alleen de kans in een ontbindingsprocedure groot, maar wordt ook met regelmaat ontbonden met een lagere of zelfs zonder vergoeding.
Goed juridisch advies vanaf het begin van het traject kan aan het einde daarvan veel kosten besparen.
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr M.A. (Michel) T Schroots (via nummer 010 - 2770319 of per e-mail schroots@schaap.eu) of Mr J.A.J. (Joop) Werner (via nummer 010 - 2770405 of per e-mail werner@schaap.eu).