Voorlopig getuigenverhoor

In gevallen waarin bewijs door getuigen is toegelaten kan een voorlopig getuigenverhoor worden verzocht; dat kan zowel vóór als tijdens een aanhangig geding.

Een voorlopig getuigenverhoor kan zinvol zijn om te voorkomen dat bewijs verloren gaat. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat getuigen zich bepaalde feiten en gebeurtenissen naar mate de tijd verstrijkt minder goed of niet meer zullen herinneren.

Daarnaast kan een voorlopig getuigenverhoor nuttig zijn om onder andere (a) vast te stellen tegen welke partij de procedure moet worden ingesteld; (b) opheldering te krijgen over bepaalde feiten of (c) de rechtspositie beter te beoordelen - is het überhaupt wel verstandig een procedure te beginnen?

Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen, als verzoeker:

  1. belanghebbende is - hij is (1) degene die overweegt een geding bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken of (2) degene die verwacht dat dat geding tegen hem wordt aangespannen, dan wel (3) een derde die op andere wijze belang heeft bij het geding;
  2. daadwerkelijk belang heeft bij zijn verzoek;
  3. daarbij geen misbruik van zijn bevoegdheid maakt; en
  4. met zijn verzoek niet in strijd handelt met de goede procesorde.

De Hoge Raad heeft onlangs bevestigd dat niet vereist is dat de verzoeker, als hij in een eventueel aanhangig te maken geding schadevergoeding zou willen vorderen, daarnaast ook aannemelijk maakt dat hij schade heeft geleden. Een voorlopig getuigenverhoor dient er immers nu juist voor om opheldering te krijgen over van belang zijnde feiten om verzoeker in staat te stellen zijn positie beter te bepalen.

Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr J.J. (Ian) Linker. U kunt hem telefonisch (via nummer 010 - 2770437) of per e-mail (linker@schaap.eu) bereiken.