Ontbindingsvergoedingen worden naar beneden bijgesteld. Dat is de uitkomst van het overleg van de Kring van Kantonrechters d.d. 30 oktober 2008. Besloten is het rekenmodel dat Kantonrechters hanteren voor de toekenning van ontslagvergoedingen bij ontbinding van arbeidsovereenkomsten, de zogenaamde Kantonrechtersformule, te wijzigen. Volgens de Kantonrechters is de uit 1996 stammende formule toe aan een "update".
De belangrijkste wijzigingen zijn:
1. een andere berekening van de dienstjaren;
2. Meer aandacht voor de arbeidsmarktpositie van de werknemer en de financiële
positie van de werkgever;
3. meer maatwerk voor werknemers, voor wie het pensioen in zicht komt;
4. verduidelijking van de vergoedingsregeling bij contracten voor bepaalde tijd.
Naar verwachting zal vanaf 1 januari 2009 met de gewijzigde aanbevelingen worden gewerkt.
De Kantonrechtersformule (A x B x C) is een rekenmodel dat door de Kring van Kantonrechters zelf is ontwikkeld voor de toekenning van vergoedingen bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Volgens de wet kunnen Kantonrechters bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding naar billijkheid toekennen. Doel van de Kantonrechtersformule is eenheid te brengen in de manier, waarop de Kantonrechters de vergoeding berekenen. Daarbij zij wel opgemerkt dat de Kantonrechtersformule niet bindend is; het gaat om een aanbeveling.
Ad 1. Berekening dienstjaren
De eerste verandering betreft de berekening van het aantal dienstjaren (factor A). Tot nu toe tellen de dienstjaren bij de betreffende werkgever tot de leeftijd van 40 jaar voor 1, van 40 tot 50 jaar voor 1,5 en vanaf 50 jaar voor 2.
Voor de toekomst is gekozen voor een verdere differentiatie, waarbij de dienstjaren tot de leeftijd van 35 jaar tellen voor 0,5, van 35 tot 45 jaar voor 1, van 45 tot 55 jaar voor 1,5 en vanaf 55 jaar voor 2.
Schematisch ziet dit er als volgt uit:
De huidige situatie: Per 1 januari 2009:
Tot 40 jaar -> 1 maand per dienstjaar; Tot 35 jaar -> 0,5 maand per dienstjaar;
40 - 50 jaar -> 1,5 maand; 35 - 45 jaar -> 1 maand;
Vanaf 50 jaar -> 2 maanden. 45 - 55 jaar ->1,5 maand;
Vanaf 55 jaar -> 2 maanden.
De wijziging heeft de grootste impact op de groep jonge werknemers (de zogenaamde "35-minners"), wier arbeidsmarktpositie volgens de Kantonrechters de afgelopen jaren sterk verbeterd is. Maar omdat de bijstelling naar beneden doorwerkt in het aantal dienstjaren van alle werknemers, krijgen ook oudere werknemers straks een lagere ontbindingsvergoeding.
Concreet betekent het vorenstaande dat bijv. in een ontslagzaak die betrekking heeft op een werknemer van 35 jaar de vergoeding gehalveerd wordt en een werknemer van 49 jaar met twintig dienstjaren bijna een kwart minder vergoeding meekrijgt.
Ad 2. Arbeidsmarktpositie en financiële positie werkgever
Op de tweede plaats willen de Kantonrechters in de zogenaamde correctiefactor (factor C) van de formule meer aandacht geven aan bijzondere omstandigheden. Het gaat daarbij vooral om de arbeidsmarktpositie van de werknemer en de financiële positie van de werkgever.
Een werknemer, die door zijn werkgever in staat is gesteld door middel van scholing en cursussen zijn kennis bij te houden en/of uit te breiden, heeft naar het oordeel van de Kantonrechters een stevigere positie op de arbeidsmarkt en derhalve minder financiële bescherming nodig dan andere collega's.
Voorts hebben werknemers die werkzaam zijn in een branche met een groter gebrek aan personeel minder bescherming nodig dan een werknemer in een sector waarin al veel werkloosheid heerst.
Daarnaast willen de Kantonrechters meer dan nu rekening houden met de financiële positie van de werkgever, indien de werkgever met jaarstukken en onderbouwde prognoses kan aantonen dat een volgens de formule berekende ontslagvergoeding voor de werkgever onbetaalbaar is.
Ad 3. Oudere werknemers en pensioen
De derde verandering betreft de werknemer voor wie het pensioen al in zicht komt. In de "oude" aanbeveling staat dat de vergoeding niet hoger zal zijn dan de verwachte inkomstenderving tot de pensioengerechtigde leeftijd.
Naar het oordeel van de Kantonrechters is die aanbeveling moeilijk werkbaar geworden, omdat dat begrip pensioengerechtigde leeftijd niet meer als voorheen samenvalt met 65 jaar. Bij de bepaling van de vergoeding zal voor deze groep werknemers rekening worden gehouden met de leeftijd waarop zij naar verwachting met pensioen zouden zijn gegaan als de ontbinding er niet tussendoor was gekomen.
Ad 4. Korte dienstverbanden/contracten voor bepaalde tijd
Tenslotte is voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die binnen 2 jaar worden ontbonden een afzonderlijke regeling voorgesteld.
Ingeval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzegmogelijkheid is de vergoeding in beginsel gelijk aan het salaris over de resterende looptijd. Met andere woorden, de gehele contractsduur dient te worden uitbetaald. In andere gevallen wordt de vergoeding conform de voornoemde Kantonrechtersformule berekend.
Opgemerkt zij dat een tussentijdse opzegmogelijkheid in een contract voor bepaalde tijd uitsluitend geldig is indien deze schriftelijk tussen partijen is overeengekomen.
Slotopmerking
Het ontslagrecht is volop in beweging en al jaren een heikel punt voor vakbonden, werkgevers en het kabinet. Afgelopen september sloten werkgevers en werknemers een akkoord/compromis inhoudende dat de vergoeding voor werknemers die meer dan € 75.000,00 per jaar verdienen aan banden wordt gelegd. Dit wetsvoorstel is nog niet aan de Tweede Kamer voorgelegd.
De Kring van Kantonrechters ziet in het verwachte wetsvoorstel over de maximering van de ontbindingsvergoeding voor de zogenaamde "topinkomens" (dat wil zeggen € 75.000,00 en hoger) geen reden de aanpassing van de Kantonrechtersformule op te schorten. Op het moment dat het wetsvoorstel wet wordt, gaat voor die salarisgroep het wettelijk maximum gelden.
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr D. (Dennis) Spek. U kunt hem telefonisch (via nummer 010-2770311) of per e-mail (spek@schaap.eu) bereiken.