Inleiding
U kent het vast wel: reclames waarin producten worden aangeprijsd die wonderbaarlijke resultaten beloven. Bijvoorbeeld een middel dat ‘bewezen' zorgt voor de terugkeer van haargroei bij kale mannen. Zolang dit middel doet wat het belooft, is er niets aan de hand. Als dat echter niet het geval is, dan verricht de verkoper een ‘oneerlijke handelspraktijk' en handelt hij ten opzichte van consumenten onrechtmatig. Dat volgt uit de ‘Wet oneerlijke handelspraktijken' die op 15 oktober 2008 in werking is getreden, met welke wet de ‘Richtlijn oneerlijke handelspraktijken' van het Europees Parlement en de Raad in de Nederlandse wet is geïmplementeerd.
Doelstelling Richtlijn oneerlijke handelspraktijken
De Richtlijn oneerlijke handelspraktijken heeft enerzijds als doel aan consumenten duidelijk te maken welke rechten zij hebben ten opzichte van handelaren èn dat deze rechten gelden in de gehele Europese Unie. Als gevolg daarvan zouden consumenten minder te hoeven aarzelen om bijvoorbeeld iets te kopen op de website van een handelaar die gevestigd is in één van de andere EU-lidstaten. Anderzijds beoogt de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken duidelijkheid te scheppen voor handelaren. De wetten voor marketing- en reclamepraktijken verschillen per EU-lidstaat. Dat kan tot gevolg hebben dat handelaren, die op zich best zouden willen handelen in een andere EU-lidstaat, huiverig zijn om dat te doen, aangezien ze niet weten welke handelspraktijken in de andere lidstaten zijn toegestaan
De Wet oneerlijke handelspraktijken
In de Wet oneerlijke handelspraktijken is, zoals gezegd, vastgelegd dat handelaren onrechtmatig handelen als zij ten opzichte van consumenten een handelspraktijk verrichten die oneerlijk is. Onder een handelspraktijk wordt verstaan ‘iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing van een handelaar, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten'. Het gaat dus om een ruime definitie, waaronder vele activiteiten van handelaren vallen die in verband staan met de promotie, verkoop en levering van specifieke producten aan consumenten.
Wanneer is een handelspraktijk oneerlijk?
De wet geeft een algemene omschrijving van het begrip ‘oneerlijke handelspraktijk'. Een handelspraktijk is in ieder geval oneerlijk als deze misleidend of agressief is.
Van misleidende handelspraktijken is sprake als informatie wordt verschaft die feitelijk onjuist is, of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden. Denk aan het in de inleiding genoemde voorbeeld: beweringen over de te verwachten resultaten van het product die feitelijk onjuist zijn. Overigens maakt de gangbare reclamepraktijk waarin overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen een reclame op zich niet oneerlijk. Het is daarnaast misleidend om essentiële informatie onvermeld te laten, die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over de aankoop van een product te kunnen nemen. Bijvoorbeeld het feit dat bij bestelling van een product vrachtkosten zijn verschuldigd. In de wet is een zwarte lijst opgenomen van handelspraktijken die onder alle omstandigheden misleidend zijn
Een handelspraktijk is agressief wanneer een handelaar intimidatie, dwang - waaronder het gebruik van lichamelijk geweld - of ongepaste beïnvloeding toepast, zodat de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument wordt beperkt of kan worden beperkt, als gevolg waarvan hij een besluit neemt dat hij anders niet zou hebben genomen. De consument aan wie bijvoorbeeld de indruk wordt gegeven dat hij een winkel niet mag verlaten als hij niets aanschaft, zal zich gedwongen kunnen voelen een product te kopen dat hij onder andere omstandigheden niet zou hebben gekocht. In de wet is ook een zwarte lijst opgenomen waarop handelspraktijken zijn vermeld die onder alle omstandigheden agressief zijn.
Dat de laatst beschreven handelspraktijk agressief is, behoeft weinig toelichting. Er staan op de zwarte lijsten echter ook handelspraktijken waarvan niet onmiddellijk evident is dat deze als misleidend of agressief, en daarmee als onrechtmatig, moeten worden aangemerkt. Zo is er bijvoorbeeld sprake van een agressieve handelspraktijk als kinderen in reclames rechtstreeks worden aangesproken om een product te kopen, of als zij worden aangespoord hun ouders te vragen het product te kopen. Voor ondernemingen is het dus zeker zinvol om kennis te nemen van de inhoud van de Wet oneerlijke handelspraktijken, om te voorkomen dat zij onbewust oneerlijke handelspraktijken verrichten en daarmee onrechtmatig handelen.
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr I. (Iris) Broere. U kunt haar telefonisch (via nummer 010 - 2770495) of per e-mail (broere@schaap.eu) bereiken.