Ter hand stelling algemene voorwaarden

Voor een rechtsgeldig beroep op de gehanteerde algemene voorwaarden zijn twee dingen van belang. Om algemene voorwaarden hun werking te geven, dienen deze van toepassing te worden verklaard op de overeenkomst (1). Dit geschiedt door de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden in de offerte, de opdrachtbevestiging of overeenkomst te vermelden. Daarnaast, dienen de algemene voorwaarden voor een rechtsgeldig beroep hierop, ‘vóór of bij het sluiten' van de overeenkomst aan de andere partij ter hand te worden gesteld (2). Dit geschiedt bijvoorbeeld door bij iedere overeenkomst of opdrachtbevestiging de algemene voorwaarden mee te zenden en deze door de wederpartij ondertekend te laten retourneren.

Ten aanzien van dit laatste criterium bestaat onder de gebruiker (degene die de algemene voorwaarden hanteert) vaak veel onduidelijkheid, te meer daar het ‘ter hand stellen' voorafgaand of bij het sluiten van de overeenkomst veelal op praktische problemen stuit. Door de gebruiker wordt dan bijvoorbeeld wel in de opdrachtbevestiging of overeenkomst vermeld dat de algemene voorwaarden zijn meegestuurd, maar de wederpartij ontkent vervolgens deze te hebben ontvangen.

De Hoge Raad[1] [2]heeft over deze kwestie een oordeel geveld. In deze zaak had de gebruiker onderaan de opdrachtbevestiging de volgende tekst opgenomen:

"Meegezonden is tevens een exemplaar van de algemene voorwaarden"

De wederpartij had deze opdrachtbevestiging ondertekend én vervolgens geretourneerd aan de gebruiker, maar stelde zich later op het standpunt de algemene voorwaarden nooit te hebben ontvangen.

De Hoge Raad wijst dit standpunt van de wederpartij van de hand. Volgens de Hoge Raad mag ervan worden uitgegaan, dat de algemene voorwaarden inderdaad zijn meegezonden met de orderbevestiging nu deze ‘zonder voorbehoud of protest' door de wederpartij is ondertekend en vervolgens is geretourneerd aan de gebruiker. Indien de algemene voorwaarden niet met de opdrachtbevestiging waren meegezonden, dan had de wederpartij dit volgens de Hoge Raad, direct aan de gebruiker kenbaar moeten maken.

Het voorgaande lijkt in praktische zin enige ruimte voor de gebruiker te bieden. Immers, uit de voornoemde uitspraak van de Hoge Raad blijkt, dat het voor de ter hand stelling van de algemene voorwaarden in principe voldoende zou moeten zijn indien op de opdrachtbevestiging of de overeenkomst die door de wederpartij wordt ondertekend (én daarna aan de gebruiker van de algemene voorwaarden wordt geretourneerd), staat vermeld dat een exemplaar van de algemene voorwaarden is meegezonden. De voorwaarden dienen uiteraard wel daadwerkelijk te worden meegezonden. Het is vervolgens aan de wederpartij om aan te tonen dat hij deze algemene voorwaarden niet heeft ontvangen. Dit zal na een voorbehoudsloze en zonder enig protest ondertekende en aan gebruiker geretourneerde opdrachtbevestiging of overeenkomst over het algemeen niet eenvoudig zijn.

Ondanks het voornoemde, adviseer ik u voorzichtig om te gaan met het bedoelde arrest van de Hoge Raad. Het blijft om verschillende redenen oppassen geblazen met het louter gebruiken van standaardzinnen die slechts refereren aan bijgesloten voorwaarden.

De meest zekere wijze van het ter hand stellen van de algemene voorwaarden, is dan ook om op de voorkant van de offerte of opdrachtbevestiging te vermelden dat de op de achterzijde van de offerte of opdrachtbevestiging gedrukte algemene voorwaarden van toepassing zijn.

Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr M.A. (Michel) T Schroots. U kunt hem telefonisch (via nummer 010 - 2770319) of per e-mail (schroots@schaap.eu) bereiken.

 


 

[1] HR 21 september 2007, LJN: BA9610

[2] HR 11 juli 2008, NJ 2008, 416.