De Minister van Justitie heeft op 29 juni 2009 de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden tot optreden tegen bestuurders van vennootschappen wanneer sprake is van financieel wanbeleid. Zowel het civiele recht als het strafrecht bieden mogelijkheden om tegen financieel wanbeleid op te treden.
De Minister van Justitie zet in zijn brief van 29 juni 2009 een aantal bepalingen uiteen waaraan civielrechtelijk een vordering tot schadevergoeding ten grondslag kan worden gelegd.
Allereerst is krachtens artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Bij financieel wanbeleid is van een behoorlijke taakvervulling echter geen sprake. De bestuurder die door het door hem gevoerde financieel wanbeleid schade heeft veroorzaakt, is dan ook voor deze schade aansprakelijk jegens de rechtspersoon. Dit geldt eveneens voor een commissaris van een N.V. of B.V. indien hij zijn toezichthoudende taak onvoldoende heeft vervuld (artikel 2:149/259 Burgerlijk Wetboek).
Gaat een N.V., B.V. of stichting die aan de heffing van de vennootschapsbelasting is onderworpen failliet en is aannemelijk dat het onbehoorlijk bestuur als gevolg van financieel wanbeleid een belangrijke oorzaak is van het faillissement, dan is iedere bestuurder op grond van artikel 2:138/248 jo artikel 2:300a Burgerlijk Wetboek hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort van de boedel.
Een commissaris van een stichting die aan de heffing van de vennootschapsbelasting is onderworpen, is eveneens aansprakelijk, indien het financieel wanbeleid heeft geleid tot het faillissement van de stichting.
Heeft de N.V. of de B.V. in de jaarrekening, tussentijdse cijfers of het jaarverslag een misleidende voorstelling gegeven van de toestand van de rechtspersoon, dan zijn de bestuurders op grond van artikel 2:139/249 Burgerlijk Wetboek in beginsel hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die derden daardoor hebben geleden. Dit geldt ook voor de bestuurders van een stichting die aan de vennootschapsbelasting is onderworpen indien de stichting failliet gaat (artikel 2:300a jo. artikel 2:139 Burgerlijk Wetboek). Vloeit de misleidende voorstelling uit de jaarrekening voort, dan zijn ook de commissarissen aansprakelijk.
Tot slot kunnen de bestuurders en commissarissen aansprakelijk zijn indien zij door onbehoorlijk bestuur een onrechtmatige daad hebben gepleegd.
De Minister van Justitie wijst in zijn brief op de mogelijke behoefte tot ontslag of schorsing van de voor het financieel wanbeleid verantwoordelijke bestuurders en commissarissen. Benoeming, ontslag en schorsing van bestuursleden en commissarissen geschiedt in beginsel bij besluit van de algemene vergadering. Indien ingesteld kan in beginsel ook de Raad van Commissarissen overgaan tot schorsing van een bestuurder. Bij een stichting geven de statuten aan op welke wijze de bestuurders worden benoemd, ontslagen en geschorst. Tot slot kan een bestuurder die zich schuldig maakt aan wanbeheer door de rechtbank worden ontslagen of worden geschorst (artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek).
Het financieel wanbeleid kan eveneens aanleiding geven tot het instellen van een enquêteprocedure. Een verzoek tot het instellen van een enquêteprocedure kan worden ingediend bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam door aandeelhouders of certificaathouders, die ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of rechthebbenden zijn op een bedrag van aandelen of certificaten daarvan tot een nominale waarde van € 225 000,00 of zoveel minder als de statuten bepalen, of door vakorganisaties en door degenen aan wie de bevoegdheid is toegekend bij statuten of overeenkomst. De advocaat-generaal kan om redenen van algemeen belang een verzoek doen tot het instellen van een enquêteprocedure bij het gerechtshof Amsterdam. De Ondernemingskamer kan onmiddellijke voorzieningen treffen indien de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek dat vereist.
Ook strafrechtelijk zijn er een aantal gronden waarop financieel wanbeleid kan worden bestreden. Hierbij kan ondermeer worden gedacht aan valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr), opgave van onware gegevens (artikel 227 en 227a Sr), schending van de verplichting om gegevens te verstreken en bedrog in de jaarstukken (artikel 336 Sr).
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr A.C. (Anne-Marie) Moree. U kunt haar telefonisch (via nummer 010 - 2770408) of per e-mail (moree@schaap.eu) bereiken.