Wetsvoorstel maatschappelijke onderneming

Op 6 juli 2009 heeft de Minister van Justitie het wetsvoorstel “Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek houdende regels voor de vereniging of stichting tot instandhouding van een maatschappelijke onderneming” naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel voorziet in de implementatie van een nieuwe titel 6A in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en maakt het mogelijk voor verenigingen en stichtingen om te kiezen voor de rechtsvorm: “de maatschappelijke onderneming”. De Minister van Justitie wil met dit wetsvoorstel een nieuwe rechtsvorm aanbieden aan instellingen in de semipublieke sector die hen in staat stelt om de relaties met de omgeving verder te professionaliseren en relaties met andere organisaties aan te gaan.

De vereniging of stichting tot instandhouding van een maatschappelijke onderneming (hierna aan te duiden als: “vereniging of stichting MO”) wordt in het wetsvoorstel toegevoegd aan het gesloten stelsel van rechtspersonen met rechtspersoonlijkheid. Wanneer elders in het Burgerlijk Wetboek sprake is van een vereniging of stichting hebben die bepalingen tevens betrekking op de vereniging of stichting MO, tenzij in titel 6A anders is vermeld.

De vereniging of stichting MO wordt opgericht met het doel maatschappelijke diensten te verrichten. De vereniging of stichting MO wordt bestuurd door het bestuur. Het bestuur dient daarbij de belangen van de vereniging of stichting en de met haar verbonden onderneming, het te behartigen maatschappelijk belang en het belang van de daarbij betrokken belanghebbenden in acht te nemen. Het bestuur legt, door middel van een jaarverslag, zowel verticaal jegens de overheid en de maatschappij, als horizontaal jegens de belanghebbenden en winstbewijshouders, verantwoording af over het door haar gevoerde beleid.

De belanghebbendenvertegenwoordiging is een van de belangrijkste kenmerken waarmee de vereniging of stichting MO zich onderscheidt van andere rechtspersonen. De belanghebbendenvertegenwoordiging dient representatief te zijn voor de bij de maatschappelijke onderneming betrokken belanghebbenden. De statuten of een gedragscode moeten nader bepalen wie de belanghebbenden zijn. Het bestuur dient de belanghebbendenvertegenwoordiging bij de hoofdlijnen van haar beleid en bij strategische beslissingen te betrekken. Daartoe dient zij de belanghebbendenvertegenwoordiging van alle informatie te voorzien die zij nodig heeft om de belangen van haar achterban te kunnen behartigen. Voor een aantal belangrijke besluiten heeft de belanghebbendenvertegenwoordiging het recht om advies te geven. De belanghebbendenvertegenwoordiging heeft het recht om bij niet naleving van de door de belanghebbendenvertegenwoordiging gegeven adviezen de Ondernemingskamer te verzoeken een onderzoek in te stellen naar het gevoerde beleid.

De statuten kunnen de belanghebbendenvertegenwoordiging voorts de bevoegdheid geven om een of meer bestuursleden en/of leden van de Raad van Toezicht voor te dragen. Tevens kunnen de statuten voorschrijven dat de belanghebbendenvertegenwoordiging een verzoek tot ontslag van een commissaris kan indienen bij de Ondernemingskamer.

Naast het bestuur en de belanghebbendenvertegenwoordiging dient er een Raad van Toezicht te bestaan, die toezicht houdt op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de vereniging of stichting en de met haar verbonden onderneming. Tevens staat zij het bestuur met raad terzijde. De Raad van Toezicht bestaat uit ten minste drie commissarissen en moet zo zijn samengesteld dat zij onafhankelijk en kritisch kan opereren. Ze benoemt haar eigen leden waarbij één of meer commissarissen voorgedragen kunnen worden door de belanghebbendenvertegenwoordiging en één door de algemene vergadering van winstbewijshouders. Deze voorgedragen commissarissen mogen niet de meerderheid uitmaken van de Raad van Toezicht. Commissarissen van de Raad van Toezicht kunnen door de Ondernemingskamer worden ontslagen op verzoek van de Raad van Toezicht, de belanghebbendenvertegenwoordiging of de algemene vergadering van winstbewijshouders. De Raad van Toezicht dient zich bij haar taakvervulling te richten op het belang van de maatschappelijke onderneming. Zij benoemt en ontslaat het bestuur en heeft een goedkeuringsbevoegdheid ten aanzien van alle koersbepalende beslissingen van de onderneming. 

In het wetsvoorstel wordt door middel van het uitgeven van winstbewijzen deelname van private kapitaalverschaffers mogelijk gemaakt, zonder dat zij een beslissende invloed hebben op de koers van de onderneming. De houders van winstbewijsrechten hebben recht op winst die bij de uitgifte van de winstbewijzen is afgesproken. De winstuitkeringen worden gedaan uit de winst die wordt behaald met een bepaalde activiteit ten behoeve waarvan de winstbewijzen zijn uitgegeven. De uitkering mag de beschikbaarheid van de door de overheid gegeven middelen voor het doel waarvoor zij zijn bestemd niet aantasten. Daarnaast kunnen winstbewijshouders een vergadering van winstbewijshouders vormen, Zij hebben dezelfde informatierechten als de belanghebbendenvertegenwoordiging, het recht een commissaris van de Raad van Toezicht voor te dragen en te laten ontslaan door de Ondernemingskamer en een enquêteverzoek bij de Ondernemingskamer in te dienen.

Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr A.C. (Anne-Marie) Moree. U kunt haar telefonisch bereiken via nummer 010 - 2770300 of per e-mail (moree@schaap.eu).