Het ontslag van de stichtingbestuurder

Het ontslag van een stichtingbestuurder die tevens werknemer is van de stichting neemt een bijzondere (arbeidsrechtelijke) positie in. In het algemeen wordt aangenomen dat een stichtingbestuurder die tevens werknemer is van de stichting een dubbele rechtsbetrekking met de stichting heeft. Enerzijds is er sprake van rechtspersonenrechtelijke rechtsbetrekking (positie als bestuurder) en anderzijds is er sprake van een arbeidsrechtelijke rechtsbetrekking (positie als werknemer). De vraag is derhalve of het rechtspersonenrechtelijke ontslag ook het arbeidsrechtelijke ontslag tot gevolg heeft.

De Hoge Raad heeft met zijn arresten van 15 april 2005 voor bestuurders van een besloten en de nodige duidelijkheid verschaft.  In deze arresten heeft de Hoge Raad bepaald dat het rechtspersonenrechtelijke ontslag (positie als bestuurder) tevens het einde van het arbeidsrechtelijke ontslag (positie als werknemer) tot gevolg heeft. In beginsel kan daaraan slechts een wettelijk ontslagverbod of partijafspraken in de weg staan. De vereenzelviging van het rechtspersonenrechtelijke ontslag en het arbeidsrechtelijke ontslag kan niet onverkort worden toegepast op een stichtingsbestuurder die tevens werknemer is van de stichting.

De stichting zal aldus naast het rechtspersonenrechtelijke ontslag van de stichtingsbestuurder apart het arbeidsrechtelijke ontslag van de stichtingbestuurder dienen te bewerkstelligen.
De stichting echter kan geen verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter indienen zolang de stichtingbestuurder nog in functie is. Ook hangende een gerechtelijke procedure over het rechtspersonenrechtelijke ontslag van een stichtingbestuurder, die inmiddels is geschorst, is het nog maar de vraag of de kantonrechter bereid zal zijn om de arbeidsovereenkomst van de stichtingbestuurder te ontbinden. De kantonrechter zal immers moeten oordelen over het arbeidsrechtelijke ontslag van een stichtingbestuurder, terwijl de rechtbank nog niet heeft geoordeeld over het rechtspersonenrechtelijke ontslag van de stichtingbestuurder.  
De bovenstaande redenatie is recent bevestigd door de kantonrechter te Heerenveen.  De kantonrechter te Heerenveen oordeelde expliciet dat hij, in verband met zijn beoordeling of de arbeidsovereenkomst van een stichtingbestuurder dient te worden ontbonden, niet vooruit wenst te lopen op de beoordeling van de rechtbank over het rechtspersonenrechtelijke ontslag van de stichtingbestuurder. De kantonrechter te Heerenveen wees aldus, tezamen met andere grondslagen, het verzoek van de stichting om de arbeidsovereenkomst van de stichtingbestuurder te ontbinden af en veroordeelde de stichting om de stichtingbestuurder weer aan het werk te stellen. Deze zaak is behandeld door onze kantoorgenoot Michel T Schroots, advocaat.

De stichtingbestuurder heeft in beginsel recht op loon tot het moment dat de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter wordt ontbonden. De Hoge Raad heeft meerdere malen geoordeeld dat de schorsing of het ontslag van een werknemer (bestuurder) in de risicosfeer van de werkgever ligt.

Desalniettemin blijft het ontslag van een stichtingbestuurder een omslachtige procedure. De loskoppeling van het rechtspersonenrechtelijke ontslag met het arbeidsrechtelijke ontslag brengt de nodige (arbeidsrechtelijke) complicaties met zich mee.

Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr M.A. (Michel) T Schroots (via nummer 010 - 2770319 of per e-mail schroots@schaap.eu) of Mr B.J. (Bart) Hoogeveen (via nummer 010 - 2770300 of per e-mail hoogeveen@schaap.eu).