Met ingang van 1 januari 2010 is een groot aantal wijzigingen in de inkomstenbelasting doorgevoerd die de fiscale positie van de directeur-grootaandeelhouder moet verbeteren. De wijzigingen zien onder meer op de van de Wet inkomstenbelasting 2001 deel uitmakende terbeschikkingsstellingsregelingen (de “tbs-regelingen”).
Op grond van de tbs-regelingen wordt een ter beschikking gesteld vermogensbestanddeel voor de inkomstenbelasting onder omstandigheden aangemerkt als een belaste werkzaamheid in box 1. Als gevolg hiervan wordt de terbeschikkingsstellingsvergoeding – bijvoorbeeld de huur voor een bedrijfspand – in de heffing betrokken tegen het progressieve tarief van 52% in plaats van op forfaitaire wijze in box 3. Met ingang van 1 januari 2010 geldt een vrijstelling van 12% van het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit terbeschikkingstellingen. Het resultaat uit terbeschikkingstellingswerkzaamheden wordt dus nog slechts voor 88% belast.
Van een terbeschikkingstelling als hiervoor bedoeld is onder meer sprake als een natuurlijk persoon vermogensbestanddelen rendabel maakt door deze vermogensbestanddelen, al dan niet tegen vergoeding en direct danwel indirect, ter beschikking te stellen aan een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft (artikel 3:92 lid 1 Wet inkomstenbelasting 2001). Van een aanmerkelijk belang is sprake indien – kort gezegd – ten minste 5% van de aandelen in een vennootschap wordt gehouden.
Een van de meest voorkomende vormen van terbeschikkingstelling is de verhuur door een directeur-grootaandeelhouder van een aan hem in privé toebehorend bedrijfspand aan zijn “eigen” vennootschap. Bij de invoering van de tbs-regelingen in 2001 zijn veel belastingplichtigen automatisch in de tbs-regeling terecht gekomen. Aan de tbs-regeling kan alleen worden ontkomen door het bedrijfspand in te brengen in de B.V./N.V. De prijs daarvoor was echter hoog: 6% overdrachtsbelasting.
Om de belastingplichtigen met een ter beschikkinggesteld bedrijfspand tegemoet te komen, is het op grond van artikel 3:99a Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 15 lid 1 letter z Wet op belastingen van rechtsverkeer mogelijk gemaakt om vóór 1 januari 2011 een ter beschikking gesteld pand geruisloos voor de heffing van de inkomstenbelasting en vrijgesteld voor de overdrachtsbelasting in te brengen in de B.V./N.V. (de “doorschuiffaciliteit”).
Voor de doorschuiffaciliteit gelden voor de inkomstenbelasting de volgende voorwaarden:
Om een beroep te kunnen doen op de vrijstelling van overdrachtsbelasting moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
Het is sterk afhankelijk van de (fiscale) omstandigheden van het geval of het aantrekkelijk is om gebruik te maken van de doorschuiffaciliteit. Voor een B.V./N.V. die verlies maakt danwel een winst van maximaal € 200.000,-- lijkt dit echter zeker het overwegen waard. Uw accountant/fiscalist kan u daarover informeren.
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr C.S. (Cor) Kooi (via nummer: 010 – 277 04 03 of per e-mail: kooi@schaap.eu).