Geen ontslag op staande voet wegens een toekomstig dringende reden

Op 5 augustus 2010 oordeelde de Rechtbank te Roermond, sector kanton (LJN: BG3623) over een door een werkgever verleend ontslag op staande voet. De casus was als volgt. Werknemer was sinds 1 februari 2007 in dienst van werkgever in de functie van verhuurmakelaar. Werknemer heeft in december 2009 een vakantie geboekt voor de meivakantie (3 mei tot en met 14 mei 2010), maar vraagt pas kort voor de feitelijke vakantie verlof aan. Werkgever heeft het verlof geweigerd, omdat dit in strijd is met de bedrijfspolicy. Een verlof dan wel vakantie van meer dan vijf dagen moet twee maanden voordien worden aangevraagd en daarnaast moeten steeds twee van de vier verhuurmakelaars aanwezig zijn. Aan beide voorwaarden werd niet voldaan.

Op 29 april 2010 is de werknemer op staande voet ontslagen wegens ongeoorloofde afwezigheid in de periode van 3 mei 2010 tot en met 14 mei 2010. Voor de werkgever was het op dat moment namelijk evident dat werknemer zijn geplande vakantie zou doorzetten.

De werknemer heeft de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en vordert in rechte wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De werkgever had rekening moeten houden met de niet te verwaarlozen kans dat de werknemer alsnog gedurende de tussenliggende periode van 29 april 2010 tot 3 mei 2010 tot inkeer zou komen en van zijn eerdere voornemen om zonder toestemming te vertrekken had afgezien. Het is immers niet ondenkbaar dat de werknemer – mogelijk na overleg met zijn achterban – tot andere inzichten zou komen danwel dat hij alsnog zèlf voor een acceptabele oplossing zou zorgen. Uit het voorgaande volgt volgens de kantonrechter dat werkgever met het geven van het ontslag op staande voet op 29 april 2010 prematuur heeft gehandeld. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer toe.

Conclusie

Bij ontslag op staande voet dient de dringende reden zich reeds te hebben voorgedaan. Een toekomstig dringende reden is in beginsel niet voldoende, omdat er doorgaans een kans bestaat dat de dringende reden zich uiteindelijk niet (meer) voordoet.

Advies

Vanwege de vergaande consequenties die een ontslag op staande voet kan hebben voor een werknemer, zijn in de wet zware vereisten opgenomen om zo'n ontslag rechtsgeldig te kunnen verlenen. Indien daaraan niet voldaan is kan de nietigheid van het ontslag ingeroepen worden of schadevergoeding gevorderd worden. Het terecht inroepen van nietigheid heeft tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en loon doorbetaald moet worden. 

Het verdient derhalve aanbeveling om, alvorens tot ontslag op staande voet van een werknemer wordt overgegaan, eerst – tijdig – deskundig juridisch advies in te winnen. 

Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr J.M.J. (Jos) Pennings (via nummer 010 - 2770311 of per e-mail pennings@schaap.eu) of Mr F.J.J. (Jeroen) Snijers (via nummer 010 – 2770311 of per e-mail snijers@schaap.eu).

4-10-2010