Wanneer u voor de aankoop van een woning een hypothecaire geldlening afsluit, wil de bank vaak zekerheid hebben dat de geldlening wordt afgelost op het moment dat u komt te overlijden. Om deze reden eisen veel banken dat u een overlijdensrisicoverzekering afsluit. Dit speelt met name indien sprake is van twee schuldenaren van wie de langstlevende te zijner tijd in de woning moet kunnen blijven wonen (zoals bij samenwoners en gehuwden vaak het geval is). In dat geval zal de verzekering tot uitkering komen op het moment dat één van die schuldenaren als eerste overlijdt. Partners benoemen elkaar daarbij meestal over en weer tot begunstigde van deze uitkering.
In het hierna volgende zal nader op deze situatie bij twee schuldenaren worden ingegaan.
Aangezien de bank er zeker van wil zijn dat de uitkering van de overlijdensrisicoverzekering ook daadwerkelijk voor de aflossing wordt gebruikt, zal de bank meestal verlangen dat de verzekering aan haar wordt verpand en dat zij wordt aangewezen als eerste begunstigde tot maximaal het bedrag van de geldlening. Dit houdt in dat wanneer één van de twee schuldenaren komt te overlijden de uitkering uit hoofde van de overlijdensrisicoverzekering ten goede komt aan de bank onder de verplichting om daarmee de hypothecaire geldlening zoveel mogelijk af te lossen. Doordat de anders in de nalatenschap van de overledene vallende helft van de gezamenlijke hypotheekschuld hiermee wordt afgelost, wordt de nalatenschap met de helft van het bedrag van de uitkering bevoordeeld. De andere helft van de uitkering komt in deze situatie (waarbij de bank begunstigde is) ten goede aan de langst levende partner. Indien u niet elkaars enig erfgenamen bent, komt de helft van de uitkering uiteindelijk dus niet (geheel) ten goede aan de langstlevende partner, terwijl dit - bij een begunstiging over en weer - wel de bedoeling was.
Het hiervoor omschreven effect kan worden vermeden door het afgeven van een partnerverklaring (ook wel weduweverklaring of betalingsopdracht genoemd). Een dergelijke verklaring houdt in dat u - als begunstigde van de uitkering - volmacht geeft aan de bank om de uitkering namens u te ontvangen en deze aan te wenden voor de aflossing. Op deze wijze heeft de bank de zekerheid dat de verzekeringsuitkering daadwerkelijk zal worden gebruikt om de hypothecaire geldlening zoveel mogelijk af te lossen, maar valt de uitkering wel volledig in het vermogen van de langstlevende partner, die – als gevolg van de partnerverklaring – de enig begunstigde van de uitkering blijft.
Door het ondertekenen van de partnerverklaring is de financiële positie van de langstlevende partner dus gunstiger dan in het geval er geen partnerverklaring is ondertekend.
Voor de bank maakt het niet uit of de partnerverklaring wel of niet is ondertekend, aangezien in beide gevallen de bank de zekerheid heeft dat de verzekeringsuitkering wordt aangewend om de hypothecaire geldlening (deels) af te lossen.
Niettemin kunnen er voor u ook redenen zijn om géén partnerverklaring te tekenen. Bij het besluit om wel of geen partnerverklaring te tekenen, dient naast de financiële positie van de langstlevende namelijk ook op andere aspecten te worden gelet. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan de situatie dat er kinderen uit verschillende relaties zijn. In dat geval kan de vraag worden gesteld waar de uitkering terecht moet komen: alleen bij uw partner of mede bij uw kinderen?
Daarnaast kan het van belang zijn te weten wat de gevolgen zijn voor de omvang van de nalatenschap en daarmee voor de erfbelasting (voorheen: successierecht). Wat fiscaal voordeliger is, hangt af van verschillende factoren zoals de omvang van de uitkering, de omvang van het vermogen van de beide partners, de eventueel aanwezige testamenten en het huwelijksgoederenregime.
Overigens zijn deze vragen - als het goed is - ook aan de orde geweest bij het afsluiten van de verzekering en het daarbij aanwijzen van de begunstigde(n). Mocht aan deze vragen destijds echter geen aandacht zijn besteed dan wel mochten de omstandigheden sindsdien zijn gewijzigd, dan kan het zinvol zijn hieraan in het kader van het al dan niet tekenen van een partnerverklaring alsnog aandacht te besteden. Met name in de situatie dat er kinderen uit een vorige relatie zijn, kan het van belang zijn dat een en ander goed op elkaar wordt afgestemd.
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr H.M. (Helen) Kolster (via nummer 010 – 2770442 of per e-mail kolster@schaap.eu) of Mr Lisa (Lisa) van Wingerden (via nummer 010 - 2770342 of per e-mail vanwingerden@schaap.eu).
5-10-2010