De Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG van 12 december 2006, Pb. EU 2006) is op 28 december 2006 in werking getreden en is erop gericht het voor dienstverrichters eenvoudiger te maken om in een ander dan het eigen EU-land zaken te doen. De Dienstenrichtlijn beoogt te voorkomen dat (discriminatoire, onnodige of onevenredige) lidstatelijke belemmeringen in de weg staan aan het vrije verkeer van diensten en de vrijheid van vestiging. Naast het vergemakkelijken van het regelen van formaliteiten in de EU-lidstaten, worden afnemers van diensten (zowel zakelijke afnemers als consumenten) beter beschermd, omdat dienstverrichters verplicht zijn bepaalde informatie te verstrekken voordat men tot een overeenkomst komt.
De Dienstenwet (Wet van 12 november 2009 tot implementatie van de Europese regelgeving betreffende het verkeer van diensten op de interne markt) implementeert de belangrijkste algemene eisen uit de Dienstenrichtlijn in Nederland en is met ingang van 28 december 2009 in werking getreden.
De informatieverplichtingen die door de Dienstenrichtlijn en in het voetspoor daarvan door de Dienstenwet, aan de dienstverrichter zijn opgelegd, zullen in dit artikel schematisch worden weergegeven.
Reikwijdte
De Dienstenrichtlijn is alleen van toepassing op die diensten die om een economische tegenprestatie worden verricht. De dienstverrichter dient uit een EU-lidstaat afkomstig te zijn.
De Europese wetgever heeft door middel van een opsomming een beeld geschetst van de diensten die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen (Richtlijn 2006/123/EG, overweging 33, blz. 40). Het gaat dan om diensten van consultants, certificering en tests, faciliteitenbeheer, schoonmaak- en onderhoudsdiensten, reclamediensten, diensten van handelsagenten, juridisch en fiscaal advies, diensten in de vastgoedsector, makelaarsdiensten, bouwdiensten, diensten van architecten, de organisatie van beurzen, autoverhuur, diensten in het kader van toerisme, pretparken, horecadiensten, reisleiders, toeristengidsen etc. (Memorie van Toelichting, Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 31 579, nr. 3, blz. 10-11)
De Dienstenwet ziet op alle diensten voor zover deze niet expliciet door de Dienstenrichtlijn zijn uitgesloten. Uitgesloten in de Dienstenrichtlijn zijn onder meer financiële diensten, diensten op het gebied van vervoer, diensten van gezondheidszorg en sociale diensten (Voor een volledige lijst van uitgesloten diensten wordt verwezen naar artikel 1 lid 2-7, artikel 2 lid 3 en artikel 3 lid 2 Dienstenrichtlijn).
De Nederlandse wetgever heeft een expliciete regeling omtrent de reikwijdte opgenomen in artikel 2 van de Dienstenwet. Enerzijds is in artikel 2 lid 1 een dynamische verwijzing naar de Dienstenrichtlijn vastgelegd en anderzijds is in artikel 2 lid 2 een grondslag geformuleerd voor het vaststellen van een overzicht van de Nederlandse voorschriften en vergunningstelsels waarvan vaststaat dat deze onder het toepassingsbereik van de Dienstenrichtlijn vallen (De Regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet, Stct. 2010, nr. 2290, is op 1 maart 2010 in werking getreden). De dynamische verwijzing bewerkstelligt dat wijzigingen in de Dienstenrichtlijn automatisch doorwerken in de Dienstenwet. Uiteindelijk wordt de reikwijdte van de Dienstenwet bepaald door de Dienstenrichtlijn zelf.
Informatieverplichtingen jegens afnemers
De Dienstenwet legt diverse informatieverplichtingen op aan de dienstverrichter jegens de afnemer. Hieronder volgt een schema van die informatieverplichtingen, waarbij inzichtelijk is gemaakt welke informatie de dienstverrichter op eigen initiatief verplicht is te verschaffen aan de afnemer en welke aanvullende informatie de dienstverrichter op verzoek van de afnemer verplicht is te verschaffen. Let er wel op dat er op grond van andere wettelijke bepalingen meer of andere voorwaarden kunnen gelden (Zie o.a. artikel 6:193e BW (oneerlijke handelspraktijken), 3:15d BW (e-commerce) en 7:46c BW (koop op afstand)).
Naar keuze van de dienstverrichter mag de informatie als volgt worden verstrekt:
De informatie moet correct, helder en ondubbelzinnig vóór sluiting van een schriftelijke overeenkomst of, indien er geen schriftelijke overeenkomst is, vóór verrichting van de dienst meegedeeld of beschikbaar zijn gesteld.
Toezicht en handhaving
Naast de mogelijkheden van consumenten (en zakelijke afnemers) om bovenstaande informatieverplichtingen van dienstverrichters af te dwingen via de civiele rechter, zal de Consumentenautoriteit toezicht houden op de naleving daarvan. De Consumentenautoriteit kan de naleving van de regels van de Dienstenwet handhaven door het opleggen van een bestuurlijke boete en/of last onder dwangsom, althans indien overtreding van de nieuwe informatieverplichtingen collectieve consumentenbelangen schaadt (Wet handhaving consumentenbescherming, artikel 2.9 juncto artikel 8.9).
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr M.H. (Marianne) van der Laak (via nummer 010 - 2770382 of per e-mail vanderlaak@schaap.eu) of Mr S. (Susanne) Coppen (via nummer 010 - 2770401 of per e-mail coppen@schaap.eu).
27-12-2010