Wijziging vakantiewetgeving per 1 januari 2012

Inleiding

Op 24 mei jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel ‘Vakantiedagen tijdens ziekte en invoering van een vervaltermijn voor wettelijke vakantiedagen’. Directe aanleiding voor dit wetsvoorstel was een arrest van het Europese Hof van Justitie van 20 januari 20091, waarin het Hof heeft bepaald dat, op grond van EG-richtlijn 2003/88, zieke werknemers gedurende de gehele periode dat zij ziek zijn vakantiedagen opbouwen.

Het huidige artikel 7:635 lid 4 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een (volledig) arbeidsongeschikte werknemer slechts vakantiedagen opbouwt over de laatste zes maanden van ziekte. Een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer bouwt op grond van dit artikel vakantiedagen op naar evenredigheid van de gewerkte tijd. Deze wettelijke regeling is dus in strijd met het bepaalde in de EG-richtlijn 2003/88 en dient om die reden te worden aangepast. De nieuwe vakantiewetgeving wordt van kracht op1 januari 2012 en kent een tweetal belangrijke wijzigingen.

Opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte

Allereerst bepaalt de nieuwe vakantiewetgeving dat arbeidsongeschikte werknemers voortaan in beginsel hetzelfde aantal vakantiedagen opbouwen als hun gezonde collega’s. Het minimale aantal wettelijke vakantiedagen bedraagt per jaar nog steeds 4 maal de overeengekomen arbeidsduur per week, hetgeen neerkomt op 20 vakantiedagen per jaar bij een fulltime dienstverband. Voor bovenwettelijke vakantiedagen, dat wil zeggen alle vakantiedagen boven de (in geval van een fulltime dienstverband) 20 wettelijke vakantiedagen die aan de werknemer zijn toegekend, mogen werkgevers en werknemers afwijkende afspraken maken. Het is dus mogelijk om af te spreken dat er geen bovenwettelijke vakantiedagen worden opgebouwd in geval van arbeidsongeschiktheid.

Vervaltermijn van 6 maanden voor wettelijke vakantiedagen

Voorts regelt de nieuwe vakantiewetgeving dat de wettelijke vakantiedagen binnen zes maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd dienen te zijn opgenomen. Als dat niet is gebeurd, dan komen de wettelijke vakantiedagen in beginsel te vervallen. De wetgever wil hiermee bereiken dat werknemers regelmatig en tijdig vakantie opnemen. Dat zou de veiligheid en gezondheid van werknemers ten goede komen en voorkomt het ontstaan van een stuwmeer aan vakantiedagen. Naar huidig recht kunnen wettelijke vakantiedagen in principe onbeperkt worden opgebouwd. Wel geldt ex artikel 7:642 Burgerlijk Wetboek dat een rechtsvordering tot toekenning van vakantie verjaart na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

Het is voor werkgever en werknemer mogelijk om in onderling overleg ten gunste van de werknemer van de vervaltermijn van 6 maanden af te wijken c.q. deze te verlengen. Ook geldt dat alle bovenwettelijke vakantiedagen buiten deze regeling vallen. Voor de bovenwettelijke dagen blijft de verjaringstermijn van vijf jaar gewoon gelden. Voorts is het zo dat de vervaltermijn niet geldt voor werknemers die redelijkerwijze niet in de gelegenheid zijn geweest om vakantie op te nemen, bijvoorbeeld wegens arbeidsongeschiktheid of om andere (bijzondere) redenen die in de risicosfeer van de werkgever liggen.

De nieuwe wettelijke regeling gaat als gezegd in per 1 januari 2012. De vervaltermijn is alleen van toepassing op wettelijke vakantiedagen die na voornoemde datum zijn opgebouwd. Vanaf1 januari 2012 zullen eerst de wettelijke vakantiedagen worden opgenomen en pas daarna de vakantiedagen waarvoor de verjaringstermijn van vijf jaar geldt.

Conclusie

Als gevolg van de nieuwe vakantiewetgeving per 1 januari 2012 zullen arbeidsongeschikte werknemers per die datum hetzelfde aantal (wettelijke) vakantiedagen opbouwen als hun gezonde collega’s en zullen wettelijke vakantiedagen binnen zes maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd komen te vervallen, tenzij anders wordt overeengekomen. Werkgevers zullen in hun vakantiedagenadministratie dan ook onderscheid moeten gaan maken tussen vakantiedagen waarvoor een verjaringstermijn van vijf jaar geldt (wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen opgebouwd vóór 1 januari 2012 en bovenwettelijke vakantiedagen opgebouwd na 1 januari 2012) en vakantiedagen waarvoor een vervaltermijn van zes maanden geldt (wettelijke vakantiedagen opgebouwd na 1 januari 2012).

Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr J.M.J. (Jos) Pennings (via nummer 010 – 2770311 of per e-mail pennings@schaap.eu) of Mr F.J.J. (Jeroen) Snijers (via nummer 010 – 2770311 of per e-mail snijers@schaap.eu).

1HvJ EG20 januari 2009, nr. C-350/06 en nr. C-520/06, JAR 2009/58.

 25-10-2011