Op 12 april 2011 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot aanpassing van de wettelijke gemeenschap van goederen. Dit wetsvoorstel moderniseert het huwelijksvermogensrecht en treedt met ingang van 1 januari2012 inwerking.
De meest ingrijpende wijzigingen van de nieuwe wetgeving, zullen hieronder worden toegelicht.
De ontbinding van de gemeenschap van goederen
Indien partijen in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, wordt de gemeenschap van goederen in het kader van een echtscheidingsprocedure pas ontbonden als de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.Onder de toekomstige wetgeving zal dit moment naar voren worden gehaald, namelijk naar het moment van de indiening van het verzoek tot echtscheiding. De gemeenschap van goederen wordt dus eerder in de echtscheidingsprocedure ontbonden. Op deze manier kan de huwelijksgemeenschap niet meer gedurende de echtscheidingsprocedure met schulden worden bezwaard. Ook goederen die tijdens de echtscheidingsprocedure verkregen worden, zullen niet meer in de huwelijksgemeenschap vallen.
Beleggingsleer
In de huidige situatie heeft, uitzonderingen daargelaten, de echtgenoot die uit privévermogen een goed aanschaft dat mede tot het vermogen van de andere echtgenoot gaat behoren, een nominale (vergoedings)vordering op de huwelijksgemeenschap ter hoogte van het bedrag dat uit het privévermogen ter beschikking is gesteld. Dit is de in de rechtspraak ontwikkelde nominaliteitsleer. Per 1 januari 2012 zal naar evenredigheid rekening worden gehouden met het positieve of negatieve rendement van de bijdragen uit het privévermogen in de huwelijksgemeenschap. Een simpel rekenvoorbeeld zal deze wijziging verduidelijken.
Stel: echtgenoten kopen een woning ter waarde van € 600.000,-. Deze woning wordt gefinancierd met een hypothecaire geldlening van € 550.000,- en de inbreng van de vrouw uit privévermogen van € 50.000,-. In 2025 gaat het echtpaar scheiden. De woning wordt verkocht voor een bedrag van € 1.200.000,-.
In de huidige situatie heeft de vrouw recht op een nominale vergoeding ter hoogte van € 50.000,-, waarna de resterende overwaarde van de woning tussen partijen bij helfte dient te worden verdeeld. De vrouw krijgt uit de overwaarde van de woning een bedrag van € 350.000,- en de man een bedrag van € 300.000,-.
Onder de toekomstige wetgeving zal de vrouw recht hebben op een bedrag gerelateerd aan de waardestijging van de woning en de helft van de resterende overwaarde. Dit betekent dat de vrouw recht heeft op een bedrag van (afgerond) € 100.000,- (50:600 maal € 1.200.000,-) en de resterende overwaarde van € 550.000,-. De vrouw krijgt uit de overwaarde van de woning een bedrag van € 375.000,- (€ 100.000,- + € 275.000,00) en de man een bedrag van € 275.000,-.
Huwelijkse voorwaarden
Het wijzigen of opstellen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk wordt vereenvoudigd. Hiervoor zal niet langer een rechterlijke toestemming nodig zijn. Echtgenoten kunnen zich rechtstreeks wenden tot een notaris.
Overige wijzigingen
Dan is er nog een aantal wijzigingen dat voor de echtscheidingspraktijk wellicht wat minder van belang is, zoals de gewijzigde regels omtrent het bestuur over de goederen van de huwelijksgemeenschap. Onder de nieuwe wetgeving zullen beide echtgenoten bestuursbevoegd zijn over de goederen van de huwelijksgemeenschap. Voorts wordt de gemeenschap van vruchten en inkomsten en die van winst en verlies afgeschaft. Deze constructies worden thans nagenoeg niet meer toegepast.
Als u naar aanleiding van dit artikel vragen hebt, kunt u contact opnemen met Mr J.M.J. (Jos) Pennings (via nummer 010 – 2770311 of per e-mail pennings@schaap.eu), Mr M.A. (Michel) T Schroots (via nummer 010 – 2770319 of per e-mail schroots@schaap.eu) of Mr Ü. (Ülkü) Altintas-Gümüs (via nummer 010 – 2770495 of per e-mail altintas@schaap.eu).
16-11-2011 v2